Daniëlla had een eetstoornis
Wie ben je? "Ik ben Daniëlla, 29 jaar, ik ben docente biologie en scheikunde in het voortgezet onderwijs. Ook heb ik gestudeerd voor medisch laborant. Mijn hobby's zijn onder andere gitaar spelen, zingen en tekenen. En sporten zoals hardlopen, fietsen en zwemmen."
Op welk moment kwam jij er achter dat je anders met eten omging dan anderen? "Op mijn 19e ging ik op kamers, ik at heel onregelmatig en ongezond. Chips in plaats van brood of bijvoorbeeld alleen maar frikadellen als warme maaltijd. Als ik een zak snoep opentrok, ging die ook leeg. Dat het ongezond was interesseerde me niet. Tijdens de medische studie die ik volgde, besloot ik gezonder te gaan leven. Ik ging diëten en sporten. Dat werd steeds extremer zonder dat ik het door had. Ik dacht: ‘ik leef toch gezond?' Zo'n vier jaar geleden kwam ik er zelf achter dat dit niet normaal is. Ik was als leiding mee op een tienerkamp, daar attendeerde iemand mij erop dat ik niet goed at. Pas toen kreeg ik het zelf door."
Welke positieve invloed had jouw eetpatroon op je? "Het idee gezond bezig te zijn, gaf mij een goed gevoel. Ik sportte veel en daar was ik goed in. Ik was perfectionistisch in veel dingen; het omgaan met eten, sporten, twee studies tegelijk volgen en daarbij ook nog werken. Ik legde de lat te hoog voor mezelf, ik moest bewijzen dat ik het kon. Later ging ik voor extreem, alleen dat gaf een kick."
Welke negatieve invloed had jouw eetpatroon op je? Het omgaan met eten werd steeds extremer, hoe minder hoe beter. Een stapje terug doen kon ik niet, dat gaf een enorme angst. Ik was bang voor het ongezonde en dikmakende in het eten. Ik ging pillen slikken. Vitaminepreparaten voor de gezondheid, afslankpillen en vetverbranders om gewicht te verliezen en energiepillen om te kunnen sporten. Ik sportte extreem veel. Ik kreeg minder contact met mensen, ik leefde in mijn eigen wereldje. Het frustreerde me dat ik dingen niet in de hand had. Ik had enorme angst, onrust en spanning. Ik kon niet slapen. Ik leefde in leugens, gaf mezelf overal de schuld van. Zelfs wanneer ik ziek was, was het mijn schuld. Ik was emotieloos, voelde niets meer. Al had ik kippenvel en blauwe voeten van de kou, het deed me niks. Ik verzoop in mijn eigen negatieve spiraal."
Wanneer kwam je er achter dat je niet goed bezig was? "Op een gegeven moment vroegen mijn leerlingen aan mij of ik ziek was. Ik zag er zo slecht uit. Daar schrok ik van. Dat was een reden om naar de huisarts te gaan. Langzamerhand kwam ik er achter dat ik een ander eetpatroon had dan andere mensen om me heen."
Wanneer heb je aan de bel getrokken om hulp te vragen? "Iedereen raadde me aan om hulp te gaan zoeken. Via mijn huisarts en het RIAGG kwam ik op een PAAZ (de psychiatrisch afdeling van een algemeen ziekenhuis) terecht. Daar kwam ik erachter dat ik een eetprobleem had en besloot echt hulp te gaan zoeken. Ik zat vast aan de pillen, het niet-eten en de angst om ook maar een grammetje aan te komen. Ik ging naar een speciale kliniek voor mensen met een eetstoornis."
Hoe gaat het nu met jou? "Het gaat nu goed met mij. In die kliniek heb ik leren eten. Nu zit ik bij De Hoop en leer ik om de achterliggende problemen te verwerken. De eerste stap was het vragen van vergeving. Dit was zo'n eye-opener. Ik wist niet wie ik was, ik vond mezelf niets waard, maar nu weet ik dat dit leugens zijn. Ik leer mezelf te zijn, ik hoef niet meer te leven in extremen. Ik durf weer gevoelens toe te laten in mijn leven. Relaties zijn nu heel belangrijk voor me. Met mensen en met God. Hij spreekt heel persoonlijk met mij, door gebed en door de Bijbel. Hij heeft mij bevrijd uit de hel waarin ik leefde."
Wat wil je nog aan de lezers kwijt? "Denk niet te licht over eetstoornissen! Weet dat je waardevol bent in Gods ogen. Ga op zoek naar Hem. Leer ontdekken wie je bent zoals God het bedoeld heeft: een parel! Genieten is heel belangrijk, juist ook van kleine dingen. En bedenk: dag en nacht met eten bezig zijn, houd je af van de dingen waar het werkelijk om gaat in het leven!"
|